Straatnamen INFORMATIE Heenvliet

Repertorium: Een repertorium is een overzicht van schriftelijke bronnen, geselecteerd volgens een bepaald intern of extern criterium.

Leenboek: Een leenregister of leenboek (Latijn: liber feodorum of liber feudorum) is een register waarin de beleningen van leenmannen door een leenheer werden vastgelegd.

Clerxboeken en schepenenboeken: Registers houdende verslagen van rechtdagen en vonnissen van de mannen- en schepenbank.

Leenmannenvonnisboeken: Registers houdende vonnissen van baljuw en leenmannen.

Kohier: Een kohier is een administratief stuk, dat diende ter optekening van de gegevens die aan de basis van een bepaalde belasting lagen.


 

De nummers der percelen in de beschrijving van de lenen zijn die van de gedrukte kaart van
Heenvliet in het kaartboek van Voorne van 1693. Zie voor de inventaris ‘Historische Beschrijving Van Hoge Heerlijkheid van Heenvliet’ door G. ‘t Hart, Den Helder 1949.

In 1693 werd in opdracht van de Heer van Heenvliet het Kaartboek van Heenvliet opgemaakt. Op perkamenten bladen werd het volledige grondgebied van de Heerlijkheid in kaart gebracht.

In de buurt van de Rijswaartsedijk / Mosterdijk , Tegenwoordig Zwartewaal. Naam is gewijzigd in Abbewerve

Kopie uit het huisnummerregister.

Éen van de fortificaties rond Heenvliet. Alleen de locatie is nog bekend. Van het gebouw is niets meer terug te zien. Gebouwd ca. 1260.

Fortificaties rond Heenvliet. De locatie van Leeuwensteijn is niet exact bekend. Vermoedelijk ten noorden van Ravesteijn. Bleydestein is gebouwd ca.1225 gebouwd door heer Hugo. Het werd in 1418 verwoest.

Heer Hugo van Heenvliet werd opgevolgd door zijn zoon Jan van Heenvliet en van der Capellen, Ridder, Heer van Heenvliet en van Capelle van 1409 tot 1436.Hij kocht van zijn neef, Zweder van Heenvliet, Blydestein.
Zweder van Heenvliet, ovl. 01.1418/05.02.1422,
Ridder, heer op Bleijdestein, baljuw van West-Voorne 1400/01. Hij neemt in 1396 deel aan de eerste tocht naar Friesland. Hij
verkoopt Bleijdestein in 1418 aan zijn neef Jan. Hij trouwt (1) Margriet Jansdr. Van Groeneveld (gelijftocht 1389), tr. (3) voor 21.07.1406 Sophie Gerrit Jansdr. van Abbenbroek, ovl. 05.02.1422.
De gemeente Bernisse telt vijf kasteelterreinen uit de 13e eeuw. Verder zijn er twee ‘stenen huizen’ uit de 14e eeuw: Leeuwestein en Wielestein. Eén kasteel is nog altijd te
bewonderen: de imposante kasteelruïne Ravestein te Heenvliet. Maar sinds medio november 2013 is in Heenvliet een tweede kasteelterrein te ‘zien’: kasteel Bleijdestein.
In 1967 en 1981 ontdekten archeologen van het BOOR de plaats van het kasteel met een gracht er omheen. Over de gracht lag een brug, die uitkwam op een poortgebouw. Op
het kasteeleiland, dat zo’n 2 meter hoog zal zijn geweest, stond een ringmuur. De muur omsloot het binnenterrein waar het eigenlijke kasteelgebouw moet zijn geweest. Nu
is Bleijdestein gevisualiseerd en herinnert de ruimtelijke verbeelding aan de geschiedenis van deze plek
.

087a Gemeente Heenvliet (1950-1979)
(-2.07.3) Economische en rechtspositie
(-2.07.351.12) Verkoop (vervreemding)
381     Verkoop percelen grond, sectie B3214, B3213, B3212, B682, B683 (grond nabij Bloemendaele) aan de Vereniging van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs
Datering: 1971-1973.

Cornelis van Coolwijk is een door de ivoorhandel rijk geworden Delftenaar die daar woonde in het huis de Gouden Olipahnt aan de Voldersgracht 7. Hij liet in Heenvliet/Nieuwesluis de Hof 'De Oliphant' bouwen. Hij bekleedde onder meer de belangrijke post van rentmeester over de geestelijke goederen in Holland. Hij was gehuwd met de weduwe van Jan Aelbrechtsz., Geertje Claesdr.

Dit gebouw staat thans in Rotterdam aan de Kromme Zandweg ??

Hij kocht ook het pas bedijkte land waar het eind 16e eeuw is gebouwd.
60 Maximiliaan van Cruyningen oorkondt verkocht te hebben aan Cornelis Adriaansz. van Hodenpijl, Jacob van Slooten en Cornelis van Coolwijk, die verklaren van hem gekocht te hebben: I. Het bedijkte land genaamd het Nieuweland, 49 gemeten 75 roeden, met zijn gorzingen de Maze en de Bornisse, voor f 6050, tewijl de heer Heenvliet daar behoudt alle jurisdictie met de jacht, vogelarij en visserij; de vruchten en voordelen van dijken en wegen komen ten profijte van de kopers, mits deze een jaarlijkse recognitie aan de heer van Heenvliet betalen van f 3. De heer behoudt zijn tiendrecht en bij het bouwen van huizen op de verkochte grond ook de opbrengst van wijn en bieraccijns. II. Gorzingen, rietbroeken en slikkenlangs de Bornisse en Maas tot aan Zwartewaal met het land De Blaesbalck, voor f 4850.

[Het grondbezit der gorzingen tussen Nieuwesluis en Heenvliet kreeg naar zijn eerste bezitter de naam van „Koolwijkspolder"]

Het woord 'Weye' betekend weiland. Ik neem aan dat deze straatnamen vernoemd zijn naar vroeger bestaande grondpercelen.

...Wij zagen reeds, dat door het kinderloos overlijden van Jan van Heenvliet van der Capellen in 1436 de Heerlijkheid Heenvliet in handen kwam van het geslacht van Cruyningen. ..

Bron: http://www.nieuwesluis.nl/De_heren_van_Cruyningen_Heenvliet_stad.htm

In het verleden eindigde de gemeente Heenvliet tot aan de grens van de bebouwing van Zwartewaal.
Het laatste stukje weg tot de haven van Zwartewaal heette Damdijk. Tegenwoordig maakt het deel uit van de Bernissedijk die achter de put van Heenvliet naar Zwartewaal loopt.

De dam is waarschijnlijk de afsluiting tussen de Holle Mare en de haven van Zwartewaal.

Op onderstaande kaart staat: Dam van Holle Mare. Ook de grens tussen Heenvliet en Zwartewaal staat duidelijk ingetekend.
Bron: Streekarchief Voorne-Putten.

1355 Cornelis van IJsendoorn, pp. als bovenvermeld (fol. 164-165), transporteert aan Aart Veerman een portie in de gorsng de Meede, belend: n. de Maas, z. de Zeedijk, w. en o. de heer van Heenvliet, en de gorsing, genaamd de Blaasbalk, strekkende langs de haven van de Nieuwe Sluys, en 2 gem. 11 r. bos in de Verdoenhoek nr. 12 voor 840 g.

15-6-1769

Bron Streekarchief Voorne-Putten

Titel:
Het Nieuwe-Landt en Het Nieuwe-Lantse-Gors
Beschrijving: Overzicht van het Nieuweland en het Nieuwelandsegors
Vervaardiger: Heyman van (der) Dijck
Datum: 1693
Plaats: Heenvliet
Collectie: Heerlijkheid van Heenvliet
Afmeting: 30 x 40 cm
Kleur: Kleur
Bekijk archieftoegang:Heerlijkheid Heenvliet (en ambacht)
Is onderdeel van: Kaartserie 59 Kaartboek van Heenvliet

Dat het geen onschuldige overstroming van uiterwaarden betrof bewijst de naam van een stuk land, vlakbij het punt, waar de Konijndijk de Welleweg raakt. In het register van meting d.a. 1589 wordt dit stuk land „den Bras" genoemd, d.i. „de Zeearm"

Top
.

315 JAN VAN DER HOED ALS VOOGD OVER DE MINDERJARIGE EN CORNELIS PIETERSZ VAN DER HOEF, TRIJNTIE PIETERS VAN DER HOEF EN CLAAS LANGSTRAAT, GETR. MET AAGJE PIETERS VAN DER HOEF ALS MEERDERJARIGE KINDEREN EN ERFGENAMEN VAN PIETER SIMONSZ VAN DER HOEF TRANSPORTEREN AAN HUYBERT VAN DER HOED ALS BURGEMEESTER T.B.V. DE STAD HEENVLIET 236 R. BOOMGAARD IN DE KERKHOEK NR. 5, VAN OUDS GENAAMD DEN DOEL, BELEND: O. DE VISSERSDIJK, W. DE KERKWEG, Z. NR. 6 EN N. NR. 4 VOOR 250 G.

32. 4 gemet land in Heenvliet (1601: 3 gemet 73 roeden, 1607: 3 gemet 173 roeden, 1610:
3 gemet 170 roeden in Verdouwen Houck no. 25) belend ten oosten: land van de
Heerlijkheid (1607: de heer van Cruiningen en no. 26 en 27. 1661: Hendrick
Cornelis Jongeneel), ten noorden: de Kulck (1591: de nieuwe watering, 1607: de
Cullick) ten zuiden en westen: de Loete (1591: de Regulieren van Rugge. 1610: ten
zuiden no. 27, ten westen no. 19). (1591: zijn uitpad hebbende door de Bras,
waardoor men aan de Wellewech komt, gemeen met de Loete, volgens oude leenbrieven
d.d. 1545.) Heergewaad 1697 10 gulden. ----

1⅓ gemet boomgaard te Heenvliet bij de Sluis (1569: met het huis aan de noordzijde van het dorp Heenvliet), belend ten zuiden: de Kulck, ten westen: de Kerckwech, ten noorden: Jan van Duvenvoerde, ten oosten: de Ku(l)ck en de dijk.

Bron: REPERTORIUM OP DE LENEN VAN DE HEERLIJKHEID HEENVLIET, 1307-1725

41. 2 gerechte helften van 10 gemet 25 roeden land in Heenvliet nl.: (1423: 3½ gemet 25
roeden land in Heenvliet, belend ten zuiden: heer Jan van Heenvliet en Dankaert
schoemaker, ten westen: de 4 gemet genaamd die Loete, ten noorden: de grote rite,
ten oosten: Jacob Coenense land genaamd die Vorke. 4 gemet land in Heenvliet,
belend ten oosten en zuiden: Mr. Gerrit van der Hoeve, ten westen: Catrijn Willem
Claesz. weduwe en Wisse Jansz., ten noorden: de groene wech. 2½ gemet land in
Heenvliet, belend ten oosten en zuiden: Aechte Dirck Gerritsdr., ten westen: Claes
Olaertsz., ten noorden: de middeldijk waar de grote hoffstede ligt.).
3 gemet land in de Vloete, belend ten oosten: Dirck Fransz. leen, ten zuiden: de
Heilige Geest, ten noorden: de nieuwe wateringhe. 2½ gemet land, belend ten
westen: Huyck Jansz. te Oostvoorn, ten oosten: heer Claes Pietersz. 3½ gemet land
belend ten noordwesten: Mr. Cornelis Florisz., ten zuidoosten: de kinderen van
Adriaen van Meerdervoort.


CAREL RUYCHROCK, SECRETARIS VAN GEERVLIET, TRANSPORTEERT AAN JAN PIETERSE KUYPER, WON. IN HEENVLIET, 1¿ GEM. WEILAND IN DE SONNEWAERTSE HOEK NR. 14 GEMEEN IN EEN STUK GENAAMD DE DUYVEKAMP, 1 GEM. 10 R. WEILAND IN DE VERDOENHOEK NR. 24 MET UITPAD OVER NR. 27 ‘SIJNDE DEN BRAS’, SAMEN VOOR 205 G. CONTANT


41. 2 gerechte helften van 10 gemet 25 roeden land in Heenvliet nl.: (1423: 3½ gemet 25
roeden land in Heenvliet, belend ten zuiden: heer Jan van Heenvliet en Dankaert
schoemaker, ten westen: de 4 gemet genaamd die Loete, ten noorden: de grote rite,
ten oosten: Jacob Coenense land genaamd die Vorke. 4 gemet land in Heenvliet,
belend ten oosten en zuiden: Mr. Gerrit van der Hoeve, ten westen: Catrijn Willem
Claesz. weduwe en Wisse Jansz., ten noorden: de groene wech. 2½ gemet land in
Heenvliet, belend ten oosten en zuiden: Aechte Dirck Gerritsdr., ten westen: Claes
Olaertsz., ten noorden: de middeldijk waar de grote hoffstede ligt.).
3 gemet land in de Vloete, belend ten oosten: Dirck Fransz. leen, ten zuiden: de
Heilige Geest, ten noorden: de nieuwe wateringhe. 2½ gemet land, belend ten
westen: Huyck Jansz. te Oostvoorn, ten oosten: heer Claes Pietersz. 3½ gemet land
belend ten noordwesten: Mr. Cornelis Florisz., ten zuidoosten: de kinderen van
Adriaen van Meerdervoort.

Een Vroon was een buitendijks stuk bedijkt land waarvoor geen belasting geheven werd. Er zijn meerdere verklaringen. Maar kijkend op de kaart van Heenvliet rond 1700 zie je op veel stukken land buiten de bedijking het woord 'Vroon' staan.
Ook: Bezitting waarop herendiensten rustten


Rond 1830 heette de Drieendijk nog de Leendijk. De aangrenzende Leenweg bestaat nog wel.

Tussen 1944 en 1957 zijn de 3 dijken: Rijswaartsendijk+Ringdijk+Leendijk van naam veranderd in Drieëndijk.
De naam was echter al bekend zie akte:
Johannes Lamaison van Heenvliet heer van Heenvliet wonende aldaar in het huis nr 38 verkoopt in het openbaar iepen- en essenbomen staande te Heenvliet voor het huis van de weduwe Jan Oversteeg op de z.g. branderven even buiten het Tolhek aan de Molendijk en aan de Driedijk bij de scheidpaal tussen Heenvliet en Abbenbroek tot een totaal bedrag van 659 gld 15 st.
Aktenummer: 7 / Aktedatum: 30/01/1819
Aard van de akte:     verkoop / Naam notaris: Jan Kloppert Jacobsz
Toegangsnummer:     110 Notarissen / Inventarisnummer: 4756

In 1957 heette de onderstaande dijken: Drieendijk.

Testament van Elias Helm, zonder beroep, wonend te Heenvliet in huis nr. 40. Aan Klara Elisabeth van Driel, Dirk van Driel en Willem van Driel, minderjarige kinderen van wijlen zijn aangehuwde dochter Hadewij Overweel uit huwelijk met Hermanus van Driel, metselaarsbaas te Zuidland, legateert hij - een hypothecaire vordering van pro resto f 300 op Arie Brederland te Heenvliet - een onderhandse obligatie van f 675 oorspronkelijk tbv Jonas Mozes van Embden, eerder ten laste van Jan Hennip en in 1801 ten laste gekomen van Abraham van der Meer wonend op de pelmolen te Heenvliet. - een hypothecaire vordering van pro resto f 250 tlv Kornelis de Graaf, bakker te Geervliet - een hypothecaire vordering van f 800 tlv Kornelis van Kempen, bouwman te Heenvliet - een onderhandse obligatie van pro resto f 75 tlv Ewout van der Linden te Heenvliet, eerder tbv Klaas Mol, metselaar te Heenvliet - een hypothecaire vordering van f 500 tlv Hendrik van Strien, zalmvisser te Heenvliet - een hypothecaire vordering van f 200 tlv Gerrit Kraaienbrink te Heenvliet Verder legateert hij f 300 aan zijn kleinzoon Elias Helm Oversteeg, zoon van wijlen Jan Oversteeg en Kornelia Helm, nu huisvrouw van Pieter van der Meer, timmermansknecht te Heenvliet. Nog f 300 aan zijn kleinzoon Elias Wevels, zoon van Pieter Wevels, timmerman te Simonshaven, en Elisabeth Helm. Nog f 300 aan zijn kleindochter Katharina Wevels, dochter van voornoemd echtpaar. Aan zijn aangehuwde zoon Jacob Overweel legateert hij zijn huis, schuur, erf en tuin te Heenvliet in de ring van het Marktveld, nu nr. 210. Hieftvoor moet f 2500 in de boedel worden ingebracht. Executeurs zijn genoemde Pieter Wevels en Jacob Overweel, timmermansbaas te Heenvliet
Aktenummer: 112
Aktedatum: 30/09/1824
Aard van de akte:     testament
Naam notaris:     Pieter van Andel
Toegangsnummer:     110 Notarissen
Inventarisnummer: 1387

Bron: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg


1611     Geertje van der Zijden, wed. en boedelhoudster van Dirk Overweel, won. in Heenvliet, transporteert aan Maartje Boogaard, huisvr. van Herman Casper Haupt, mede won. in Heenvliet, voor 600 g. contant een huis en erf aan de Ring van het Marktveld op nr. 28, in huur bij voorn. Haupt tot 1-11-1787 voor 42 g. per jaar. Reparaties aan naastliggende timmermanswinkel van verkoopster zal koopster te allen tijde moeten gedogen. ‘De hangkast in de keuken, koomende op grond van de verkoopster, zal de koopster des goedvindende ook altoos ten haaren kosten kunnen houden.’ In de marge: 2-1-1788, Herman Casper Haupt, thans eigenaar van bovengenoemd huis, heeft in een onderhandse akte van 27 12-1787 aan Elias Helm, getr. met Geertje van der Zijde, voor 25 g. verkocht en gecedeerd het recht om een hangkast op de grond van voorn. Geertje van der Zijde te mogen houden
Datering: 28-02-1784

Bron: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg


1825     Dirk Speelpenning en Elias Helm, pp. als bovenvermeld fol. 114v, transporteren aan Leendert Merkenburg, won. in Heenvliet, een huis e schuur aan de Oudendijk op nr. 86, 1 gem. 271 r. weiland in de Zuidhoek van de Ee nr. 34 met een stuk rietbroek ten noorden van dat weiland, samen voor 945 g.
Datering: 27-12-1794

Bron: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg


 

1887     Ary van Vliet, deurwaarder van de gemenelandsmiddelen in Holland, won. in Brielle, pp. voor Jan Jacob Villerius als gaarmeester der verpondingen, verklaart bij executie verkocht te hebben en nu te transporteren aan Jona Moses van Emden en Elias Helm, beiden won. in Heenvliet, een pelmolen cum annexis aan de Bernissendijk tegen de Dam bij Zwartewaal, toebehoord hebbende aan Jacob Dekker Leendertsz, won. te Zwartewaal, geëxecuteerde, voor 409 g. 10 st. contant. De pelmolen is belast met twee hypotheekbrieven van 3600 g. van 16-2-1792, t.b.v. Johannis Sandifort Joh.sz. 2400 g. en t.b.v. Pieter Van Rij 1200 g., ‘maar uit kragte der executoriaale verkooping is verkogt en onverminderd der Hypothecarissen recht op het provenue van voorsch. bij executie verkogte pelmolen cum annexis, bij deese aan voorn. koopers werd overgedragen voor vrij en onbelast, niets daar op staande dan de ordinaire en extra-ordinaire verpondingen te saamen ter somme van sestien guldens jaarlijks en een erffpagt van tien guldens jaarlijks ten behoeve van den Heer van Heenvliet’
Datering: 04-06-1800

Bron: Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg


 

2092     Elias Helm, lid vanhet gemeentebestuur van Heenvliet, pp. als bovenvermeld fol. 179v, transporteert aan Klaas Mol t.b.v. zijn dochter Elisabeth Mol, won. in Heenvliet, een tuintje in het Neerdorp, belend: w. de tuin van Peter Mentrop, n. de brandsloot bij het blok armhuisjes, o. de onderberm van de Vissersdijk en z. de Neerweg of Nieuwstraat, voor 100 g. contant
Datering: 27-12-1805

(Red.: Neerdorp was het lager gelegen gedeelte onder de markt,het Branderf, daar stonden vroeger armenhuisjes)

Angelus Merula (Latijn voor Engel Willemszoon de Merle) (Brielle, 1482 - Bergen (Henegouwen), 26 juli 1557) was een priester in de parochie Heenvliet rond het jaar 1532. Hij is bekend geworden als een van eerste geestelijken die het protestantse gedachtegoed aanhing en hiervoor ter dood werd veroordeeld.

Hij wordt wel de "ketterse pastoor van Heenvliet" genoemd en dat geeft zijn positie goed weer. Hij was, net als Luther, tegen de toenmalige aflatenpraktijk, was tegen heiligenverering en tegen bedevaarten.
Ruïne Ravensteyn in Heenvliet

Ondanks het feit dat een eerste onderzoek in 1533 al aan het licht bracht dat hij "ketters" gedachtegoed uitdroeg, is hij daarna toch nog twintig jaar pastoor in Heenvliet kunnen blijven, onder andere dankzij de bescherming van Joost van Cruiningen, ambtsheer van Heenvliet. Toen hij in 1543 overleed, werd hij opgevolgd door zijn zoon Johan van Cruyningen. Hij gaf Merula minder bescherming dan nodig bleek.

Angelus Merula werd beschuldigd van ketterij en uiteindelijk veroordeeld tot de brandstapel. In afwachting van zijn eerste proces heeft hij gevangengezeten in Kasteel Ravestein in Heenvliet.

Bron: Wikipedia

16. 2 gemet land (1589: Sonnewaerdse houck no. 19) (1596: ten noorden van de dijk in
de Sonnewaertschen houck, volgens de oudste brief van 1380 genaamd
‘Gobbelandt’), belend ten oosten: Adriaen Jacobsz. Sitentijts boomgaard (1596:
Anthonis Jansz., 1617: Jan Jansz. Huyquesloet, 1629: Grietgen Borritsdr.), ten
westen: 2 gemet genaamd ‘De Brootkiste’ (1596: ‘De Broodkiste’ van de weduwe
van Cornelis Jansz.), ten noorden: 8 gemet van Adriaen Jacobs (1596: Bette
Cornelis en Jacob van der Meer, 1617: Abraham Commerstein en Jacob van der
Meer, 1629: Cornelia van der Meer).
De Haydijck of Vliegerdijck. (1596: ten zuiden de dijk het huis van Anthonis Jansz.
(1629: Borrit Jacobs weduwe) tot de leendijk vain Claes Jacobsz (1629: Willem
Thonis Schrijver) zuidoost over het wiel strekkende in de dam tot de scheiding
tussen Heenvliet en Abbenbroek).
1 gemet aanwas (1594: belend ten oosten: de vroone van Jan Cornelisz. Joncker, ten
zuidoosten: 2 gemet bruikweer, van Sitentijts, ten zuiden: de Vliegher of Hill, ten
westen: de genoemde Vlieger of Waeltge, ten noorden: de genoemde leendijk).

Vernoemd naar 2 percelen land.

Vóór 1254 had het gebied ,,binnen de Ring" de vorm, die wij op de kaart, overgenomen uit het oude kaartboek van Heenvliet, kunnen volgen langs de voornaamste dijkage. De bedijking van de Rijswaardse polder, de grond omsloten door Konijndijk en Rijswaardse dijk, moet vóór 1210 reeds hebben bestaan, zoals reeds vermeld. *  Het gebied tussen Konijndijk en Meeldijk moet nog veel ouder zijn. De alleroudste dijk moet langs de zgn. Welleweg — in de stukken „Waelwegh" genoemd, — gelegen hebben. Toen deze het water niet meer kon keren, dat uit het Z.W. van uit de brede Mare het land overstroomde, hebben de bewoners de Konijndijk opgeworpen, die ontelbare malen doorbroken is. * 
 
Dat het geen onschuldige overstroming van uiterwaarden betrof bewijst de naam van een stuk land, vlakbij het punt, waar de Konijndijk de Welleweg raakt. In het register van meting d.a. 1589 wordt dit stuk land „den Bras" genoemd, d.i. „de Zeearm". De alleroudste bedijking rondom Gouwershoek en Verdouwenhoek langs Meeldijk en dwars door de Coomewaart naar de „Waelwegh" is in het bovengenoemde Register nog goed te volgen. Overigens zijn de namen typerend. Gouwershoek; Gouwe = weg langs het water; misschien de oude naam van de dijk, thans bekend als lange Meeldijk —, dit met het oog op het water de Ee, het overblijfsel van een oude overstroming, die klaarblijkelijk het gehele gebied tussen Eeweg en Meeldijk besloeg. De naam „Meeldijk" is namelijk een verbastering van „Middeldijk", zoals deze nog in de 16e eeuw, volgens een leenregister genoemd werd. Die naam is later gegeven, waarschijnlijk in verband met de Bernissendijk, die toen zeedijk was.Ook de Eeweg heeft als dijk gefungeerd. Hoezeer men bevreesd was voor een doorbraak van de Bernisserdijk in verband met het bestaan van de watervlakte de Ee, binnendijks, bewijst wel het feit, dat Baljuw en Schepenen van Heenvliet 14 Mei 1546 het ophogen van de dijk op de Eeweg aanbesteedden.
Bron: www.streekarchiefvpr.nl  Streekarchief Voorne-Putten-Rozenburg
Top

785 Bartholomeus van den Bergh, bouwman te Geervliet, pp. (akte van 19-5-1733 voor notaris Pieter Reynart in ‘s Gravenhage) voor Margareta Cecilia Munter gravin-douairière van Cadogan voor zichzelf en vervangende Henrietta Johanna Munter, beiden kinderen en erfgenamen van Margareta Trip, dochter en erfgenaam van Hendrik Trip, die het land 1-11-1659 gekocht heeft van Abram Graswinkel, transporteert aan Frans Speelpenning 13 gem. 70 r. weiland in de Gouwershoek nr. 9 voor 400 g.

Lenen uit het Kaartboek van Voorne van 1693.

GRAAFLANDSTRAAT

Nieuwbouw 'Heerlijk Heenvliet'  t.o. Steenhoeck

Louise Caroline des H.R.Rijksbarones van Alderwerelt (1755-1783); trouwt 1775 Pieter Graafland (1745-1793), heer van Heenvliet en van Coolwijkspolder, schepen van Brielle

Omdat de verbindingen op de eilanden slecht was heeft het Groene Kruis aangedrongen op een goede nieuwe weg op de eilanden. Ca. 1930

Voorheen heeft de weg zeer waarschijnlijk Groeneweg geheten. Zie onderstaande beschrijving van de grenzen welke voor de wekelijkse markt van Heenvliet golden.,
Bron: https://books.google.nl/books?id=Sk5DAAAAcAAJ&pg=PA243&lpg=PA243&dq=gors+de+kaproen&source=bl&ots=Uv866Snmdx&sig=ACfU3U3a6EQdKEJsXg-m0gImzZf51AikyQ&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwi0oYba5fffAhVtx4UKHS7HAAIQ6AEwAXoECAUQAQ#v=onepage&q=groenenweg&f=false

Een totaal andere bestemming kreeg het landhuis toen de dames Hofkes, als erven van hun oom Ary Quak, het in 1899 verkochten aan de Hollandse Melkfabrieken, die het pand als fabrieksruimte ging gebruiken.

In 1918 kocht notaris A. Korteweg het huis en de omliggende polder. Omstreeks 1925 overwoog hij de afbraak van het huis in verband met de zeer slechte staat waarin dit geraakt was, mede door het feit dat het pand door de zuivelfabriek was uitgewoond. Dit plan werd echter algemeen betreurd en op suggestie van de historisch vereniging "Hendrick de Keyser" liet Korteweg het huis onder leiding van architect A. de Kok in 1930 ingrijpend restaureren.


110-0293 -     Bron: Archief Voorne-Putten-Rozenburg

Notariële akte:
In het koffiehuis van Louter te Geervliet wordt de pacht van tienden geveild, toekomende: a. Willem Leonard Welter, predikant te Arnhem (tienden in het Tolland te Geervliet en de Oude Uitslag van Putten) b. Hermanna Johanna Hoijer, weduwe van mr. Johan Spoor in Den Haag (tienden in het Rammeland onder Geervliet ) c. Bernardus Johannes Aalbers te Ridderkerk ( tienden in de Oude Uitslag van Putten) d. Jannetje Vermaat, weduwe van Japhet Hoorweg te Spijkenisse (tienden in de Oude Uitslag) e. Jan Floris Kleinjan , bouwman te Spijkenisse (tienden als voren) f. Maria Aurelia Hofkes en Johanna Jacoba Hofkes in Den Haag (als voren) Totale opbrengst f 1211.
Datum:     12/07/1906
Rol:     Genoemd
Aktenummer: 251
Aktedatum:     12/07/1906
Aard van de akte:     verpachting van tiendgewassen
Naam notaris:     Leendert Pieter van den Blink
Toegangsnummer:     110 Notarissen
Inventarisnummer: 0293


Hugo van Voorne (overl. 1271) was de tweede zoon van Dirk van Voorne (overl. 1228) en de eerste Heer van Heenvliet. Hij is (zeer waarschijnlijk) de bouwer van Kasteel Ravesteyn.

 

De Heren van Heenvliet behoren tot een zijtak van het geslacht Van Voorne. De stambomen gaan uit elkaar als in 1228 Dirk van Voorne zijn tweede zoon, Hugo, beleent met een deel van zijn bezit, namelijk Heenvliet.

Na Hugo volgen nog vijf andere Heren van Heenvliet, waarvan er drie dezelfde naam hebben. Met Hugo IV sterft ook deze tak in 1409 uit.

Het infobord bij de ingang van de kasteeltuin vermeldt dat Hugo I Kasteel Ravesteyn (of Slot Heenvliet) heeft gebouwd omstreeks 1230.

In 1968 is deze eerste Heer van Heenvliet bedacht met een weg, die zijn naam draagt.

Bron: L. Arkenbout / Brielle


Over  het jaar  van de "omwenteling" (1795) te  Heenvliet  geven de archief-
stukken  even weinig  uitsluitsel  als  over de  patriottentijd,  die  volgens
de  legende  daar  ter  plaatse  nogal  woelig  moet  zijn  geweest  1).
Zoveel  is  echter  zeker,  dat  het  jaar  1795  voor  Heenvliet  weinig
practische wijzigingen  met zich mede bracht. Vanzelfsprekend  was de
publicatie  der  provisionele  representanten van  het  volk  van  Holland
van  6 Maart  1795, waarbij  voorlopig  een einde  gemaakt werd  aan de
uitoefening  van de heerlijke  rechten  in de ruimste  zin, voor  Heenvliet
van  historisch  belang.  Toch  veranderde  dit  zeer  weinig  aan  de
werkelijke  toestand. Immers, in 1793  was de Vrijheer,  Pieter Graafland
van  Heenvliet,  overleden,  en  de  baljuw,  Jan  Jacob  Villerius,  had
feitelijk  reeds  het  overheidsgezag, vóór  dien  door  de  Vrijheer  uit-
geoefend,  in  handen.  Toen  nu  op  1  April  1795  de  provisionele
representanten  op  voordracht  van  schepenen  van  Heenvliet (Jan Jacob)  J.  J.
Villerius  als  baljuw  continueerden,  ,.daar  hij  steeds  op  de  hand
gewee5t was  van  het  huidige  bewind",  bleef  de  toestand,  zoals  hij
ettelijke  jaren  vóór  1795  reeds  bestond. Er was natuurlijk  dit belangrijk
verschil,  dat  Villerius,  die  reeds  sedert  1770  het  ambt  van  baljuw
bekleed had, thans niet meer door de Vrijheer  benoemd werd,  doch dit
maakte  voor  de  bevolking  weinig  verschil.  Daar  er  bovendien  geen
Vrijheer  meer was  en de  kinderen  Graafland,  hoewel  zij de meerder~
jarige  leeftijd  naderden, zelfs  geen zwak  protest  konden  uiten  tegen
een ontneming  van  rechten, die  zij  in de practijk  nog  niet  hadden uit~
geoefend, voltrokken  zich  de  meest ingrijpende  wijzigingen  voor  de
bevolking  van  Heenvliet  zeer geleidelijk  en bijna  onmerkbaar.

Jan Jacob Villerius (1748/ 28-06-1810   ) was getrouwd met Ingetje Leeuwenburgh

ters. die toen dus nog bij Heenvliet voorkwamen.
Op het tijdstip der inlijving stierf Villerius. die zich steeds een onkreukbaar ambtenaar getoond had, doch over wiens politieke sympathieën wij in het duister tasten. Een baljuw werd niet meer benoemd.
De Prins Generaal~Stadhouder benoemde op 2 Januari 1811 J. W. Broecx. commis bij het min.

Voor de kerk van Heenvliet liggen 3 familiegraven. 2* van Jacob Jan Villerius en 1* van Marinus Leonarus van den Tol die getrouwd was met Leonarda Catharina Jacoba Villerius.


Vrouwe Johanna van Breugel werd aldus door koop eigenaresse derHeerlijkheid Heenvliet, echter niet dan nadat een nicht van JacobFrederik van Beyeren van Schagen. n.l. Anna Albertina van Beyerenvan Schagen. welke hiervoor genoemd werd. bij monde van haarechtgenoot Cornelis van Aerssen op 28 October 1730 afstand deedvan haar naastingsrecht op de Heerlijkheid Heenvliet.
Er was een familie-verwantschap met Johanna van Breugel.

Kopie uit het huisnummerregister.

Kopie uit het huisnummerregister. Locatie onbekend...

23. 2 gemet 160 roeden weiland in de Vierhoucken buyten no. 16, belend ten oosten: no.
13, ten westen: de werven van de Conindijck, ten noorden: no. 15, ten zuiden no. 18.
Heergewaad een witte havik of 3 gulden 10 stuivers.

45. De dijk vanaf Pieter Gijsbrechts hofstede, waarop vroeger Krijn den Holler
woonde, tot de dam van Abbenbrouck, tussen de beide wateringen, plus de hoven
onder Simon Crox hofstede (1598: de dijk beginnende bij het huis, ten westen aan
de teen van de Conijndijck met de berm aan beide zijden, ten noorden tot aan de
wateringe met de hoven van Simon Crox hofstede tot aan de dam naar
Abbenbroeck, waar nu de heining van Anthonis Jansz. leen staat). (1611: de dijk
belend ten westen: de landstede van Schriver, ten oosten tot aan de leendijk (Red.:Nu Drieëndijk) van Anthonis Jansz. za. bij het waeltgen of dam van Abbenbroeck, met een heining
gescheiden. De 2 hooffkens belend ten zuiden en westen: de leendijk van Schriver,
ten noorden en oosten: no. 25.) (1629: tot aan de dam die plach te strekken naar
Abbenbrouck. 1660: daar in begrepen de hoven van Symon Dircxse hofstede.)
1 gemet land in Heenvliet (1611: Suygerhil no. 57 gemeen in een stuk van 540
roeden) belend ten zuiden: de Rijswaertsche dijk (1611: de haeydijck en een dijk
met 2 hooffkens in de Sonnewaersen houck no. 27 en 28), ten noorden: de vicarie
van heer Jacob Stuver (1611: ‘s landswatering), ten westen: de erfgenamen van Mr.
Cornelis Simonsz. (1611: no. 56), ten oosten: Jan Jansz. te Oostvoorne met Krijn
Jacobs, (1611: no. 58). Heergewaad 1688 10 gulden.

Oude fortificatie (Wielesteyn) ca.14e eeuw, ten zuiden van de Groenekruisweg en ten noorden van de Driendijk.
Huis Leeuwestein te Heenvliet, Abraham de Haen (II), 1731

Molendijk/Mooldijk , Tegenwoordig: Stationsweg

Kaart van 1693 met daarop  de molen getekend aan de Stationsweg.

Bron Streekarchief Voorne Putten:

De Kerck-Hoek (1693) en De Vier-Hoekken-Binne
Beschrijving: Overzicht van de percelen in de tienhoeken Kerkhoek en Vier-Hoeken-Binnen
Vervaardiger:Heyman van (der) Dijck
Datum: 1693
Plaats: Heenvliet
Collectie: Heerlijkheid van Heenvliet
Afmeting:30 x 40 cm
Kleur: Kleur
Bekijk archieftoegang:
Heerlijkheid Heenvliet (en ambacht)
Is onderdeel van: Kaartserie 59 Kaartboek van Heenvliet

Naam komt van Huis de Witte Olphant gebouwd in Nieuwesluis, maar verplaatst naar de Kromme Zandweg in Rotterdam.


Johanna van Breugel had reeds haar neef Constantijn Jean Pierraerd
op 12 Juni 1731 tot haar universeel erfgenaam benoemd. Op 12 September 1732 werd hij rechtens en feitelijk Vrijheer van Heenvliet.
doch ook hij bestuurde slechts 5 jaar de Heerlijkheid.
Deze Constantijn Jean Pieraerd vertoefde afwisselend op zijn huis te Heenvliet en op het landgoed "Middenburg" te Voorburg, dat hij eveneens van zijn tante had geërfd. Evenmin als het huis te Heenvliet bewaart "Middenburg" nog enige herinnering aan deze Heer. die eveneens de Heerlijkheden Oud~Beyerland. Nieuw~Beyerland en Zuid-Beyerland of den Hitsert bezat. Hij schijnt gehuwd geweest te zijn, daar hij twee minderjarige erfgenamen naliet. doch wie zijn echtgenote
was en wat er van haar en zijn twee kinderen geworden is. was onmogelijk te ontdekken. In dit verband is het ook zeer eigenaardig.
dat hij een groot deel van zijn bezittingen naliet aan zijn nicht Susanna Maria Houtuyn, die in 1738 huwde met Jean Louis van Alderwerelt.
Deze Jean Louis van Alderwerelt had op 9 en 10 September 1737 de Vrije Heerlijkheid Heenvliet gekocht, toen deze uit de nalatenschap van Constantijn Jean Pierraerd geveild werd. Aldus werd Jean Louis. later Baron van Alderwerelt, niet alleen een verwant van Heer Pierraerd. doch ook diens opvolger als Vrijheer van Heenvliet. toen deze op 1 Februari 1737 overleed.

NB In archief VPR:

Geslacht Pierraerd (1732-1737)
Toon details van deze beschrijving
849 Testamenten van Constantijn Jan Pierraerd, 1732-1737. 3 stukken.
850 Lijst van documenten gevonden in de boedel van wijlen Constantijn Jean Pierraerd, overgegeven aan Jean Louis van Alderwereld, vrijheer van Heenvliet, 1737. 1 stuk.
851 Inventarissen van de nalatenschap van Constantijn Jean Pierraerd, 1738. 3 stukken.
852 Rekening van ontvangst en uitgaaf door de executeurs van de boedel van Constantijn Jean Pieraerd, vrijheer van Heenvliet, opgemaakt, 1738-1739. 1 stuk.

Johan Polyander van den Kerckhove (1594-1660)
Johan Polyander genaamd van den Kerckhove(n) (Dordrecht, 24 augustus 1594 – Sassenheim, 7 maart 1660), heer van Heenvliet [1], veelal kortweg genaamd Heenvliet (en in Engeland: Jehan / John Poliander Kirkoven, Lord of Henfleet genoemd), was de zoon van een beroemd theoloog (gematigd contraremonstrants) en rector magnificus van Leiden, Johan Polyander van Kerckhoven (1568-1646) en Judith Nuyts.

De diplomaat Kerckhoven jr. was heer van Heenvliet en Sassenheim en ruwaard van Putten, voorts opper-jagermeester, groot-valkenier en luitenant-houtvester van Holland en West-Friesland. Hij was een van de favorieten van de prins van Oranje, stadhouder Frederik Hendrik[2]. Zo werd hij ambassadeur aan het Hof van koning Karel I van Engeland en hofmeester van Mary, de oudste dochter van Karel I, prinses van Engeland, prinses-douairière van Oranje.

Johan Polyander jr. volgde niet de theologische familietraditie. Hij studeerde te Leiden (artes) 29 maart 1612, te Orléans (rechten) 4 mei 1615, (j.u.d.) november 1615/ januari 1616, te Angers (waar hij lid was van de Nederlandse studentenvereniging, de zogeheten Nederlandse natie) 20 juli 1615.[4] Hij was in 1619 gevestigd als rechtsgeleerde (advocaat) te Amsterdam in de Warmoesstraat. Zijn eerste huwelijk (Amsterdam, 5 februari 1620) was met de Amsterdamse Anna van Wesick (incorrect ook: Van Veseke; 1598 – 10 maart 1640), dochter van Dirck van Wesick en Anna Jansdr. Carel. Haar vader was het met de op 6 december 1619 gedane huwelijksaankondiging oneens.[5]

Polyander jr. werd weldra hoveling en diplomaat. Hij was een naaste medewerker en vertrouweling van prins Frederik Hendrik. Hij kocht de vrije heerlijkheid Heenvliet in 1627. Onder zijn beheer stegen de inkomsten uit dit landgoed van 2.630 gulden per jaar naar 4.268, een groei van 63%.[6] Als vertrouweling van de prins trad hij binnenlands ook op als curator van de Illustere school te Breda, waarvan hij (vanaf 1646) met twee andere zeer hooggeplaatste ambtenaren (de theoloog, hofpredikant en tutor van prins Willem II van Oranje André Rivet en de secretaris van de stadhouder, Constantijn Huygens) het driehoofdig curatorium vormde.

ëen van zijn voorgnagers (1599-1601) was Reijnier van Oldenbarneveld, broer van Johan van Oldebarneveld en Cornelis de Witt (1654-1672) broer van de raadspensionaris Johan de Witt. (bron: Geervliet van Stad naar Dorp)

Fortificatie Ravesteyn ca.1265

Rijswaartsendijk - Deze dijk is al op kaarten rond 1700 bekend. Het is niet bekend waaraan de naam is ontleend.


Het woord 'Weye' betekend weiland. Ik neem aan dat deze straatnamen vernoemd zijn naar vroeger bestaande grondpercelen.

Vroeger stond er aan deze weg ter hoogte van de garage Steenhoven een molen en heette deze weg Mooldijk / Molendijk.
Waarschijnlijk bij het aanleggen van het tramlijntje naar Oostvoorne is dit veranderd.

Afbeelding uit 1609:

De vermoorde voorzitter van de joodse gemeente, Salomon van Blankenstein (1862-1942).

Voor huisnummer 1 en 2 liggen de Stolperstenen van:

Salomon van Blankenstein, Elisabeth van Blankenstein-den Hartog, Rachel Marianne Goudsmit
, vermoord of verdwenen in Auschwitz.

In voorbereiding.....Cornelis van Duyvenvoorde.... / Jan(Johan) van Duivenvoorde, halfbroer van Jan van Heenvliet

Fortificaties rond Heenvliet. De locatie van Leeuwensteijn is niet exact bekend. Vermoedelijk ten noorden van Ravesteijn.

Heer Hugo van Heenvliet werd opgevolgd door zijn zoon Jan van Heenvliet en van der Capellen, Ridder, Heer van Heenvliet en van Capelle van 1409 tot 1436.Hij kocht van zijn neef, Zweder van Heenvliet, Blydestein.

Een verwijzing in een notariële akte naar 'Huis Wielestein'. Mogelijk is het huidige ambachtsherenhuis gezet op de fundamenten van Wielestein.

 

36. 5 gemet min 50 roeden land in Heenvliet nl. 1 gemet ten zuiden van de Wellewegh
en ten westen van de Groenewech (1610: 1 gemet 37 roeden land in de 4 houcken
binnen no. 14, belend ten noorden: de Wellewech, ten oosten: Hoych Jansz. Bloucx
memoryland no. 13, ten zuiden: de hoffwatering, ten westen: de Groune wech, 1629:
de grintwech, 1686: de dwerswech.)
4 lijnen (1675: 1 gemet 100 roeden) weiland aan de Rieschenweg (1610: in de 4
houcken buyten over de hofwatering no. 29, belendd ten oosten: de Rinsenweg, ten
zuiden: Jacob Jacobs no. 30, ten westen no. 23 en deel no. 24, ten noorden: de kerk
van Heenvliet en ‘t Helichcruys vicarie no. 29).
2½ gemet bij Blijdesteyn (1610: 2 gemet 150 roeden in Gouwershouck no. 4, belend
ten westen: ‘Blijsteen’ no. 8 en gedeeltelijk de meeldijk, ten noorden: de weg onder
Luchtenburch en het boomgaardje van Mr. Ollart Jansz. Erckenboudt, 1629: ‘s
Heerenwech en de etfgenamen van Olert Jans Arkenbout, ten oosten: de ontfanger
Coolwijk no. 3 en Cornelis Jansz. met memoryland no. 2, ten zuiden: Huych Jansz.
Blouck met memoryland no. 5).


 

39. Huis en hofstad ‘Blijdesteyn’ met de leenmannen, lanen en verder toebehoren, het
overhof, nederhof, boomgaarden, singels en grachten, ambacht en heerlijkheid,
groot 3 gemet. Van de zuidzijde van de middeldyk (red.:Meeldijk) noordwaarts tot de Ee, die door
de Bornisse stroomt en van de watering achter Jacob Heinrix soens de wever westwaarts
tot de heul in, Comanwaert met het ‘weerdekyn’ genaamd ‘Clarenlant’ tot
aan de dijksloot. Alle goederen en heerlijkheden, leen en eigen in Heenvliet, gronden
zowel als opstanden, hoge en lage ambacht, tienden, jaarschoten, water- en windmolens,
vogelvangst, visserij, zwaandrift en veren. (1584: 3 gemet 2 lijnen land met
de visserij in de grachten en sloten, 1592: de hofstad ‘Blijdesteyn’ met 3 gemet 2
lijnen en 5 roeden land. 1661: Gouwershouck no. 8, 1701: de gewezen hofstade
‘Bleijesteyn’, belend ten westen: 1612: heer van Cruiningen met de puttewye, 1641:
Hendrick Lucasz. no. 4, jonkheer van der Planits no. 5, de Heilige Geest no. 6, 1661:
Henrycus Grijps no. 9, 1669: Heynderick Grijps erfgenamen no. 9, ten noorden:
1612: de meeldijck; ten oosten 1612: de erfgenamen van Geertje Claes, 1641:
Abram Graswinckel no. 9; ten zuiden en oosten 1661: Pieter Huygensz. en Gerrit
Jansz. Brouwer no. 5, armen van Heenvliet no. 6, 1669: Ary Pietersz. en Jan
Cornelisz. Coper en de armen van Heenvliet no. 6, 1684: no. 5 en 6.) (1641: met 1
19 gemet 289 roeden, met het voorgaande land gemeen liggende. 1684: met 2 gemet 115
roeden gouwershouck no. 4.) Heergewaad 1684: 15 lb. van 40 groten.


 

Polder tussen het dorp en het kanaal door Voorne. Onder de polder Gouwershoeck.

Akte uit 1831:
Johannes de Pleijt rietdekker wonende Heenvliet in het huis nr 70 schuldig aan Stephanus Bodde burgemeester van en wonende Abbenbroek 500 gld wegens geleend geld. Waarborg een huis, schuur en wagenkeet op de Molendijk(red.:Stationsweg) binnen Heenvliet, cohiernr de schuur met 69 en het huis met 70 en de wagenkeet met 71, zijnde de wagenkeet belast met kapoengeld van 80 ct tbv de Heer van Heenvliet, 60 roeden en 60 ellen weiland in Verdouwenhoek onder Heenvliet op de oude polderkaart bekend in nr 15 en nieuwe kaart nr 641, 13 roeden 60 ellen weiland ald oude polderkaart in nr 15 en nwe kaart nr 642, 3 roeden 20 ellen weiland ald op de oude polderkaart bekend in nr 15 en nieuwe kaart nr 642bis en nog 48 roeden 50 ellen weiland aldaar oude polderkaart bekend in nr 15 en nieuwe kaart 643, onbelast. Getuigen Pieter Gorzeman bouwman Zuidland en Evert Farenhout bode wonende Abbenbroek.

1 gemet boomgaard te Heenvliet bij de Sluis (1569: met het huis aan de noordzijde
van het dorp Heenvliet), belend ten zuiden: de Kulck, ten westen: de Kerckwech, ten
noorden: Jan van Duvenvoerde, ten oosten: de Ku(l)ck en de dijk.
7 morgen land in Ackoy, bestaande uit 3½ morgen ‘De Nedersten Roscamp’ en 3½
morgen ‘de Oppersten Roscamp’.

32. 4 gemet land in Heenvliet (1601: 3 gemet 73 roeden, 1607: 3 gemet 173 roeden, 1610:
3 gemet 170 roeden in Verdouwen Houck no. 25) belend ten oosten: land van de
Heerlijkheid (1607: de heer van Cruiningen en no. 26 en 27. 1661: Hendrick
Cornelis Jongeneel), ten noorden: de Kulck (1591: de nieuwe watering, 1607: de
Cullick) ten zuiden en westen: de Loete (1591: de Regulieren van Rugge. 1610: ten
zuiden no. 27, ten westen no. 19). (1591: zijn uitpad hebbende door de Bras,
waardoor men aan de Wellewech komt, gemeen met de Loete, volgens oude leenbrieven
d.d. 1545.) Heergewaad 1697 10 gulden.


Niet precies duidelijk waar deze naam vandaan komt...

Voormalig wethouder van Heenvliet

1½ gemet land (1611: 1 gemet 99 roeden) (1609: bij mangelinge van dit land in de
Bernissehouck, 1611: in de Kerckhoek, 1687: Kerkhouck no. 4), belend ten noorden:
St. Nicolaes vicarie land (1611: no. 3), ten zuiden: de doelboomgaard, (1687: no. 5),
ten westen: de kerckweg, ten oosten: de Wyldyck (1687: ‘s Heerendijk).

Stuk land ten zuiden van de voormalige boezem de Ee tussen Heenvliet dorp en het kanaal.

Kaart ca. 1820